Op naar Cabo Trafalgar in Los Caños de Meca
Na een goede nacht en een lekker ontbijt hebben we zin om de benen te strekken. We gaan te voet naar de vuurtoren op de Cabo Trafalgar. Die is niet heel ver weg. Het zonnetje schijnt, fijn.
Cabo Trafalgar is vooral bekend door de zeeslag bij Trafalgar (1805), waar admiraal Nelson de Frans-Spaanse vloot versloeg.
We wandelen op ons gemak richting de vuurtoren, lekker over het strand. Het is aanmerkelijk warmer dan gedacht. Erik heeft al snel spijt dat hij zijn korte broek niet heeft aangetrokken. Ik loop op mijn met teddy gevoerde schoenen en die zijn dus echt veel te warm. Het strand is fantastisch hier. Een zandstrand met rotsen. Druk is het niet, het is immers al november en dat zou je zomaar vergeten als je hier loopt.
Fábrica Romana de Salazones
In de duinen vlakbij de vuurtoren van Cabo Trafalgar, vind je de resten van een kleine Romeinse viszoutfabriek (salazones). Deze dateren vermoedelijk uit de 1e of 2e eeuw na Christus. Je ziet slechts een paar rechthoekige bekkens (piletas) waarin de vis gezouten werd. Die werd vervolgens gebruikt voor een populaire vissaus, garum. Waarschijnlijk zijn deze resten onderdeel van een groter complex, verder landinwaarts.
Je komt er door een duinpad naar boven te volgen. We moesten wel even zoeken. Op deze plek heb je ook een mooi uitzicht op strand, zee, duinen en de vuurtoren.
De vuurtoren Cabo Trafalgar
De vuurtoren van Cabo Trafalgar werd gebouwd rond 1860. Deze vuurtoren is 34 meter hoog en is ontworpen door ingenieur Eduardo Saavedra. De vuurtoren staat op een zandtong (tómbolo) die de kaap met het vasteland verbindt. Helaas staat er een groot hek omheen, dus echt dichtbij kunnen we niet komen. Jammer. Wel kunnen we rond de vuurtoren lopen en zeker het punt waarbij je uitkijkt op zee is spectaculair.
Vogeltje spotten
We lopen via de tómbolo richting de bewoonde wereld.
Ken je dat? Dat er informatieborden staan met uitleg over een bepaalde diersoort, die je vervolgens helemaal niet ziet? Nou, vandaag heb ik geluk. Ik zie een informatiebord over het kleine vogeltje ‘chorlitejo patinegro’ en ietsjes verderop huppelt er zowaar eentje door het water. Zo leuk.
Terug naar de casita
We wandelen op ons gemak terug naar het dorp. eerst strijken we nog neer op een terrasje. Er heerst hier een lekker bohemian sfeertje. Iedereen zit er ontspannen bij.
Die avond komt Karen langs. We kletsen gezellig en praten ook over de mogelijkheden die wij kunnen bieden voor Karen Casas. Daar komt vast een mooie samenwerking uit voort.
Naar Medina Sidonia
De volgende ochtend is het alweer tijd om naar ons volgend adres in Puerto Serrano te gaan. Wij vinden het altijd leuk om een stop onderweg in te bouwen en dat wordt dit keer Medina Sidonia, een goede keus zo blijkt.
Historie alom in Medina Sidonia
Het blijkt dat deze stad een van de eerste nederzettingen is in de provincie Cádiz. Dat blijkt ook wel als we er rondwandelen. We lopen naar boven naar de ruïnes van het kasteel, met daarnaast de kerk Santa Maria la Coronada. De stad kent verschillende poorten uit de islamitische tijd. Alle fraai.
Het centrum
Het centrum bevalt ons ook wel. Met een fraai gemeentehuis, oude straatjes, kerk en de plaza Abastos. Het heeft een fijne sfeer. We strijken neer op een terrasje voordat we weer op pad gaan.
Puerto Serrano
Puerto Serrano is een klein, gezellig dorp in de provincie Cádiz met zo’n 7.000 inwoners. Het ligt tussen heuvels en olijfgaarden.
Wij verblijven in Casa del Pastor, een fraai huisje uit 1892, temidden van de olijfboomgaarden op zo’n 5 minuutjes rijden van het dorp. We ontmoeten de spontane Riët, die het huisje beheert. We zullen hier vast fijne dagen hebben.
Meer blogs lezen?
<< #174 Overnachten in de natuur en dwalen door het doolhof
>> #176 Olvera
Interessant of leuk blogartikel?
Wil je anderen attenderen op deze blog?
Deel dit blogartikel dan via jouw platform door op één van de onderstaande buttons te klikken.